De mensen achter de cijfers

 pexels-photo.jpg
Ik hou van de Nederlanders. Ik hou van hun openheid, hun directheid, hun enthousiasme en ondernemingszin. Ik hou van de ramen zonder gordijnen, de zigzaggende fietsers en hun zelfzekere uitspraken waar ik als bescheiden Belg altijd wat om moet lachen. Op een manier voel ik me vaak zelfs een beetje meer met hen verbonden.
Ik ben ook voorstander van een directe aanpak, van de zaken op tafel te gooien en in debat gaan

Een kwaliteit die me tijdens mijn opnames in de Vlaamse psychiatrische centra niet altijd in dank werd afgenomen. Een Nederlandse vriend noemde me onlangs nog: een Nederlandse in een Vlaams lichaam. Daar moest ik om lachen.

Ik heb ook altijd opgekeken naar Nederland, en vooral ook naar hun geestelijke gezondheidszorg. Er lijkt een ongeziene wind te waaien aangestuurd door ‘De Nieuwe GGZ’ – beweging, daar waar ik de indruk heb dat er in België maar een briesje is.
Als ik mijn verhaal kom vertellen in Nederland, over mijn ervaring met de separeercellen, over de fixatie, de dwangmedicatie, ondervind ik steeds een grote verontwaardiging bij het publiek en een bevestiging van wat ik soms denk: ‘Dat België zeker 10 jaar achter staat op Nederland wat GGZ betreft.

Een ervaringsdeskundige hulpverlener verzekerde me onlangs nog ‘dat fixatie al lang niet meer in Nederland wordt toegepast, dat het aantal separaties de afgelopen 10 jaar is gehalveerd.’ En dan zucht ik wat verlangend: daar kan ik alleen maar van dromen.

En toen was er Anne. Ik ontmoette haar in Utrecht tijdens een lezing die ik bijwoonde. Ze had mijn boek gelezen, zei ze. Ze had het ook meegemaakt, die isoleercellen, zei ze. Ik luisterde naar haar verhaal. Hoe ze, amper vijf jaar geleden negen maanden lang opgesloten zat in de isoleercel, waarvan één maand (!) vastgebonden.

Een jaar later zat ze tien weken opgesloten, tijdens de volgende opname zes weken en amper twee weken geleden nog tien volle dagen

Ze vertelde hoe ze in haar armen sneed als een roep om aandacht, opdat er naar haar geluisterd zou worden. Ze dreigde er soms mee bij de hulpverleners. ‘Als je het doet, snijdt dan niet te diep zodat we niet weer met je naar de spoedafdeling moeten gaan.
En dan sneed ze nog harder, dieper, repen vlees van haar onderarm. Ze stroopte haar mouwen op, toonde me de open wonden, bebloed nog.

Na de lezing zou ze terug moeten gaan, naar de instelling. Ze vertelde me dat ze zo graag een eigen huisje zou willen hebben en een hond, en vooral ook mensen rond haar die ze zelf kan kiezen. Niet hulpverleners of andere patiënten met wie ze niet altijd voeling heeft.
Ze was zo eenzaam, vertelde ze me.

Die avond, op mijn Air bnb kamertje in Utrecht denk ik na over Anne.

Annes verhaal toont inderdaad aan dat er ‘minder lang’ gesepareerd wordt. Van negen maanden naar tien dagen in vijf jaar tijd. Bravo

Het is inderdaad knap dat het aantal separaties gehalveerd is. Vijftig procent, dat is een mooi percentage. Maar uiteindelijk zijn het de absolute cijfers die tellen, want achter die absolute cijfers zitten echte mensen. Mensen zoals Anne en ik. En dan komt het besef  dat er misschien nog wel meer Brenda’s en Annes zijn in Nederland dan in België, gezien het aantal inwoners, gezien het feit dat Nederland jaren koploper is geweest op het vlak van separaties.

Het besef komt dat het misschien helemaal niet zo goed gaat met de GGZ in Nederland, als ik denk. Ik blijk me gewoon altijd in middens te begeven in Nederland waar er hulpverleners zijn die er net zoals ik over denken, maar er is nog zo een grote groep die helemaal niet mee is met die ‘nieuwe GGZ’, die gewoon haar ding blijft doen.

Zo veel verschil is er niet tussen België en Nederland, hoor Brenda,’ zei Philippe Delespaul me enkele maanden geleden nog, toen ik weer vol bewondering naar de bevlogen Nederlandse sprekers op een Belgisch congres luisterde, ‘ze kunnen het gewoon beter verkopen, dat wel’.

En dus lig ik in mijn kamertje, in een bed, in een stad, ver van huis. En ik huil, om Anne, om ‘mijn Nederland’, als een kind dat net gehoord heeft dat Sinterklaas niet bestaat

Ik huil om helden en voetstukken die er niet blijken te zijn. Ik draai me om, veeg de tranen weg en trek de deken wat meer over mijn hoofd.
Op straat hoor ik een man roepen: ‘Doei, tot morgen,’ daar waar wij Belgen ‘Salut’ zouden zeggen. Ik glimlach. We zijn anders, maar eigenlijk ook niet. We voeren dezelfde strijd. Niet om goede cijfers te kunnen voorleggen, maar om echte mensen te kunnen helpen. De Annes van Nederland, de Brenda’s van België. Ervaringsdeskundigen, familieleden, hulpverleners, Belgen, Nederlanders, gewone mensen, iedereen samen.

Op een heldhaftige manier. Dat wel.

 Blog verschenen op Psychosenet.nl op 10 april 2016 https://www.psychosenet.nl/mensen-achter-cijfers/

Leave a Reply